Ik was een keer in Barcelona met een reisgroep, met een vriendje en in mijn eentje. Nu was ik er met mijn moeder. En het was geweldig. Ons hotel was fijn, eindelijk leerde ik hoe de Sagrada er van binnen uitziet (en hoe gaaf het uitzicht is vanaf de - op dit moment - hoogste toren), we beklommen teveel bergen op een dag, we klaagden over het onmenselijk aantal lange gangen en trappen in het metrostation van Passeig de Gracia, we aten heerlijke Spaanse gerechten, voerden fijne gesprekken, leefden ons uit tijdens de rebajas, maakten mee dat mijn tas bijna gejat werd, dronken heel veel Starbucks en genoten van de stad.
Mijn grote liefde heeft me niet teleurgesteld. De sfeer, de mensen, de architectuur, de taal, de zon... allen waren ze zoals ik het me herinnerde. Op het moment dat ik voor de eerste keer uit de metro kom, voel ik me thuis. Ik krijg heimwee zodra ik weer in Nederland land. Het liefst spreek ik de hele dag Spaans, wandel ik door de straten van Barcelona, breng ik avonden door op een terras op het leukste plein van de stad, krijg ik een stijve nek van het omhoog staren naar de prachtige gebouwen en geniet ik van de sfeer. Het is pas de vierde keer dat ik in Barcelona was, maar ik voel me er vertrouwd en thuis. Als ik er ben, voel ik me een Catalaan, geen toerist. Iedere keer als ik vertrek, weet ik: het afscheid is maar voor even, ik kom weer terug.
En nu ben ik terug in het regenachtige, koude Nederland. Gisteravond was ik omringd door mijn liefste vrienden, nu ben ik thuis. Met een dekentje, een dikke trui, sjaal, kaarsen, verwarming aan, fleurige bloemen en heel veel thee. Want het is tenslotte herfst. Daarnaast ben ik niet helemaal fit en heb ik geen tijd om ziek te worden: ik heb volgende week vijf sollicitatiegesprekken. Waarvan twee op een dag. Dus. Dekentjes en verwarming it is.