Gisteren las ik in een tijdschrift een artikel over drankgebruik bij jonge vrouwen. Een paar meiden moesten een drank-dagboek bijhouden en daar werd dan door een deskundige commentaar opgeleverd. Het was interessant om te lezen hoe erg drank gekoppeld is aan gezelligheid en hoe verschillend de opvatting van de meiden was van de opvatting van de deskundige.
Als tiener dronk ik vrijwel niets. Tijdens een van mijn eerste stapavonden (ik was toen vijftien) sloeg ik vier Bacardi Breezers achterover en was ik meteen dronken. Ik dronk geen bier, geen wijn en slechts heel soms een Passoa of Bacardi Breezer. Naarmate ik ouder werd, dronk ik vaker een wijntje, soms een biertje, maar ik gaf toch de voorkeur aan water. Niet uit ideologische principes, maar omdat ik er nooit zo'n behoefte aan had en ik ook geen leven leidde waarin alcohol vaak voorkwam. Dit veranderde toen ik verhuisde, voor mij een geheel nieuw leven begon en ik nieuwe vrienden en nieuw werk kreeg. Ik heb me nog nooit enig moment verplicht gevoeld om te drinken. Ik wilde het alleen graag. Ik begon bier lekker te vinden, ging twee, drie avonden per week stappen en begon flink te drinken. Acht tot tien drankjes op een stapavond was vrij normaal. Ik leidde een druk sociaal leven waarbij het soms voorkwam dat ik twee a drie weken lang iedere avond wel een of meerdere wijntjes dronk. Drank is leuk, lekker (hal-lo cocktails) en gezellig. Maar drank zorgde ook voor nare dingen. Naast gigantische katers de volgende ochtend, zitten er heel veel calorieën in en zorgde het bij mij voor verschrikkelijke moodswings inclusief gigantische emo-buien. Na een avondje stappen in hysterische huilbuien uitbarsten was niet ongewoon. Net zoals dingen doen of zeggen waar je de volgende dag gigantische spijt van hebt. Been there done that.
Sinds ruim drie maanden drink ik niet meer. Geen druppel. Ik ben stabieler in mijn gedrag, ben ook minder depressief. Ik voel me fitter, ben ruim zes kilo afgevallen en niet meer aangekomen en voel me in het geheel beter. Ik durf best te zeggen dat ik lichtelijk verslaafd was aan alcohol. Misschien niet op de 'ik drink liters wijn thuis in mijn eentje'-manier maar wel op de 'alcohol hoort bij een leuk leven'-manier. Ook kan ik het niet houden bij een wijntje. Ik wil er meteen een paar. En dus ging de knop om. Ik drink geen druppel meer. Soms is er een zwak moment, of kies ik er bewust voor om twee wijntjes te drinken tijdens de vakantie maar ik heb controle. Mijn hele vriendengroep kan om me heen staan met glazen wijn, ik voel me prima met mijn spa rood. Het is lastig, en zeker heb ik mijn momenten dat ik het lekker zou vinden om een wijntje te drinken (bijvoorbeeld bij goed eten), maar ik kan heel goed zonder. En daar ben ik heel erg trots op.
Hiermee bedoel ik absoluut niet te zeggen dat (veel) alcohol drinken slecht is (trust me, ik ken de terror van de oud-rokers-turned-into-anti-rook-nazi's) of dat ik nooit meer zal drinken (want drank heeft toch een bepaalde gezelligheid en verbondenheid), maar ik weet dat het voor mij op dit moment goed is om het niet te doen. En dat ik het relatief gemakkelijk vol houd, daar ben ik heel trots op.

